It takes only one to tango …

… tenminste als je de 6 Tangostudies van Astor Piazzolla voor fluit solo wil spelen.

De Argentijnse componist Astor Piazzolla (1921-1992), een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse componisten van de 20e eeuw, wordt vooral herinnerd voor zijn composities, arrangementen en uitvoeringen binnen de tangostijl.

De Tango is een populaire dansstijl die zijn oorsprong vond in de bars en bordelen van Buenos Aires aan het eind van de negentiende eeuw. De muziek heeft zich ontwikkeld onder invloed van verschillende Europese, Afrikaanse en Caribische muziek- en dansgenres (Argentijnse milonga, Uruguayaans candombe, Cubaanse habanera, enz.). Een typisch instrument dat bij het spelen van Argentijnse tangomuziek gebruikt wordt, is de bandoneon. Laat dat nu net het instrument zijn dat Piazzolla op 8-jarige leeftijd begon te spelen.

Nadia Boulanger, die hem in Parijs compositielessen gaf toen hij 16 was,, overtuigde Piazzolla ervan dat de tango essentieel was voor zijn stem als componist, en vanaf dat moment wijdde hij zich aan de creatie van de “tango nuevo”, een nieuwe stijl van concerttango. Hij blies de traditionele tangomuziek nieuw leven in door invloeden uit jazz, rock en klassieke muziek op te nemen zonder aan de algemene vorm te raken.

Astor Piazzolla met zijn bandoneon

Ook het traditionele instumentarium van de tangomuziek – het “orquesta típica (een strijkerssectie bestaande uit drie of vier violen met soms altviool en cello, drie of meer bandoneons en een ritmesectie met piano en contrabas), werd uitgebreid met nieuwe ensemblecombinaties. Zo componeerde hij tangomuziek voor onder andere fluit en gitaar, voor strijkkwartet en voor orkest.

Zoals steeds zijn er voor- en tegenstanders te vinden: sommigen vinden zijn vernieuwingen ronduit geniaal, anderen vinden dan weer dat hij niet aan de traditionele muziek had mogen raken…

De zes “Tango-Études pour flûte seule“, concertstukken in tangovorm voor fluit solo, componeerde hij in 1987. Ze zijn uniek in zijn oeuvre omdat het de enige werken zijn die hij schreef voor een solo instrument dat puur melodisch van aard is. Het gebruik van tonale ambiguïteit, de frequente metrische veranderingen en de impliciete polyfone textuur verwant aan de style brisé in barokmuziek, maken ze ook tot een herkenbaar voorbeeld van de tango nuevo.

Hoewel de Tango-Études niet de technisch meest uitdagende fluit-études zijn, winnen ze alsmaar meer aan populariteit en horen ze zeker thuis in de bibliotheek van elke fluitist.

We beluisteren vandaag de 4de etude, voor u gespeeld door de Amerikaanse fluitiste Erika Boysen en door Molly Paberz gedanst op een choreografie van Jessica Post. Zoals steeds kan je al je reacties kwijt in een commentaartje hieronder…

 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

This site is protected by wp-copyrightpro.com