Van Bourrée naar Bourée

De bourrée is in oorsprong een Franse traditionele dans uit de streek van de Auvergne. Er bestaan heel wat regionale variaties, maar de meeste hebben een nogal eenvoudig thema en worden in rijen van paren gedanst. Een typisch kenmerk is de kwartnoot-opmaat.

Nadat in 1661 de “Academie de Dance” was opgericht door Lodewijk XIV, werd de bourrée, net als veel van de oorspronkelijk traditionele dansen, aangepast om te worden gedanst als ballet-dans aan het hof. De dans gaf zelfs zijn naam aan een typische ballet-pas: de “pas de bourrée”.

De bourrée werd een optioneel onderdeel van de klassieke suite van dansen, en J. S. Bach, Händel en vele anderen schreven bourrées, niet meteen met de bedoeling er nog op te dansen.

Één van de bekendste bourrées vinden we in de eerste suite in mi klein voor luit van J.S.Bach. (BWV 996). Je kan die hieronder beluisteren en probeer de melodie goed te onthouden.

In 1969 kreeg deze melodie echter een veel grotere bekendheid bij een heel breed publiek. In dat jaar bracht immers de Britse progressieve rockband “Jethro Tull” het album “Stand up” uit met daarop het nummer “Bourée”.

Frontman Ian Anderson (°1947), een Schotse zanger, multi-instrumentalist en songschrijver, wordt verantwoordelijk gehouden voor de introductie van de dwarsfluit als prominent solo-instrument in de rockmuziek. Vooral zijn podiumact heeft een cultstatus bereikt: fluitend als een ooievaar staande op één been in middeleeuwse Schotse kledij inclusief braguette, baard en een wilde bos haar. Als een manische minstreel met uitpuilende ogen beent de zanger over het podium: hijgend, schreeuwend, jodelend. De bos haar is in de loop der tijd overigens verruild voor een bandana.

Ian Anderson

Over het ontstaan van dit nummer vertelde Ian Anderson in een interview met Songfacts het volgende:

Songfacts: How did you get the idea to do “Bourée”?

Ian: I got to the point where I was playing the flute every night on stage in the early part of ’68, and so by the end of the year, I was casting around for an instrumental piece as a successor to the Roland Kirk piece, “Serenade to a Cuckoo,” which I’d been playing most of 1968. I wanted something that had a syncopated jazzy feel, but a melody that wasn’t associated with the jazz world or the blues world.

And “Bourée” was a little bit of music that came to me through the floorboards of my bedsitter in London, because there was a media student in the room below who kept playing over and over again this refrain of the Bach tune “Bourée.” He played it on classical guitar, but he only ever got the one bit, he never progressed beyond that basic thing. So I kept hearing that over and over and over and over again, and decided that I would try to use that little tune some way as a starting point for an instrumental piece.

And Martin Barre, who literally at that point in January ’69 was just kind of auditioning to join the band, said, “Oh, I know that. I think I’ve got the sheet music somewhere for Bach’s ‘Bourée.'” So it was something we could fairly readily embark upon as a variation on a classical piece of music.

De singel haalde de hitlijsten in Nederland (7 weken met piek op 5), België (9 weken met piek op 20) en Duitsland (1 week op 37).

Het fragment is uit een uitzending van de Franse televisie uit 1969. De synchronisatie tussen beeld en klank is niet altijd even juist, maar let vooral eens op de bijzondere houding en techniek…. Herken je nog de oorspronkelijke luitmelodie van Bach ?

 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

This site is protected by wp-copyrightpro.com