Vijf fluiten zonder bas…

…is een erg ongebruikelijke combinatie, zeker in de 17de en 18de eeuw.  Het was de Franse componist Joseph Bodin de Boismortier die in 1727 in zijn opus 15 voor de eerste keer deze combinatie gebruikte.

Joseph Bodin de Boismortier werd geboren in Thionville op 23 december 1689 en overleed in Roissy-en-Brie op 28 oktober 1755.  Hij is dus een perfecte tijdgenoot van J.S.Bach (1685-1750), maar de meesten onder jullie zullen zijn naam nog nooit gehoord hebben.  In een overzicht van de geschiedenis van de fluitmuziek mag hij echter zeker niet ontbreken.  Hij componeerde erg veel werken voor de fluit in allerhande combinaties: van de gebruikelijke sonates voor fluit en continuo (waarvan de 6 sonates opus 91 uit 1741 het bekendst zijn geworden) over muziek voor 2 fluiten of 3 fluiten tot concerti.  Rond 1740 schreef hij ook een boek over het fluitspelen: “Principes de flutes”, maar dat is helaas verloren gegaan.

Joseph Bodin de Boismortier

Zijn vader was een gepensioneerde soldaat die zich in Thionville had gevestigd als eigenaar van een snoepwinkel.  In 1713 verlaat Boismortier de provincie Lotharingen echter om zich in de zuid-Franse stad Perpignan te vestigen als klerk voor de “Régie Royale des Tabacs”, een positie nogal ver verwijderd van elke mogelijke muzikale inzet! Hij liet tijdens zijn verblijf van tien jaar in deze stad inderdaad geen enkel spoor van betrokkenheid bij enige vorm van muzikale activiteit achter. Maar men verandert niet van de ene op de andere dag in een componist en daarom mogen we aannemen dat hij een gedegen muzikale opleiding moet hebben genoten. Zijn muziekleraar was wellicht Joseph Valette de Montigny (1665-1738). In 1720 trouwt Boismortier met Marie Valette, dochter van een rijke juwelier en een verre nicht van zijn leraar.  in Perpignan vinden we trouwens nog steeds een “Place Bodin De Boismortier”.

Op aanraden van enkele hooggeplaatste vrienden verlaat Boismortier zijn werk in Perpignan om zich met zijn vrouw en dochter te vestigen aan het hof van de Hertogin van Maine, in Sceaux en later in Parijs.  Daar krijgt hij  op 29 februari 1724 voor het eerst het  voorrecht om zijn composities te mogen drukken. Dit zou hem eindelijk in staat stellen zijn traverso-duetten en Franse cantates die hij in Perpignan componeerde, te publiceren. Het is het begin in van een evenzeer bewonderde als bekritiseerde carrière in de Franse hoofdstad,  Hij laat ons niet minder dan 102 opusnummers na!  Ook publiceerde hij praktische handleidingen voor de gamba en de fluit (“Principes de flûtes” – helaas verloren gegaan).  In 1753 trekt Boismortier zich terug uit de muziekscene. Boismortier was de eigenaar van een klein landgoed, la Gâtinellerie, in Roissy- en-Brie, waar zijn leven eindigde op zesenzestigjarige leeftijd, kort nadat hij toestemming had gevraagd om in het schip van de plaatselijke parochiekerk te worden begraven.  In Roissy-en-Brie vinden we nog steeds een Avenue Joseph Bodin de Boismortier, als eerbetoon aan de componist. 

Volgens de mode van die tijd, componeerde Boismortier voor bijna alle instrumenten. Het grootste deel van zijn werken zijn echter  geschreven voor de fluit die in het begin van de 18e eeuw samen met het clavichord tot de meest geliefde instrumenten behoorde. Boismortier deed een beroep op de fluit in alle mogelijke en denkbare combinaties.  Vanaf 1724 publiceerde Boismortier fluit duetten zonder basso continuo (opus 1, 2, 6, 8 & 13), solo’s met basso continuo (opus 3 & 9), trio’s met basso continuo (opus 4 & 12) en zonder basso continuo (opus 7).  In 1727, de publicatiedatum van zijn “VI Concertos pour 5 Flûtes-Traversières ou autres instruments sans basse”, opus 15, was de  componist zich ongetwijfeld bewust van het vernieuwende aspect van zijn werken.  
Titelpagina van de uitgave uit 1727 – Merk op dat de ondertitel aangeeft dat je ze toch met een Basinstrument gespeeld kunnen worden. Je kan zelfs aflezen waar Boimortier op het moment van de uitgave gewoond heeft !
 
De nieuwe mode, overgewaaid uit Italië, was toen het “Concerto”, en alles wat “Italiaans” leek werd verwelkomd.  De zes concerti opus 15 zijn volledig naar de Italiaanse stijl geschreven.  Het zijn de eerste werken waarin Boismortier het aandurft om in 3 delen te werken (snel – langzaam – snel) en de titels en tempo-aanduidingen volledig in het Italiaans te schrijven.   Andere componisten zoals Corrette, Braun en Naudot zullen de smaak en trend van het publiek volgen en zo samen met Boismortier het Concerto permanent vestigen in Frankrijk.
 
In zijn “Dictionnaire de musique” definieert Jean-Jacques Rousseau een concerto als “Een stuk voor een bepaald instrument dat af en toe alleen speelt met een eenvoudige begeleiding, na een opening met volledig orkest; en het stuk gaat verder en wisselt zo af tussen hetzelfde “reciterende” instrument en het orkestrale “koor”.  In de stukken van Boismortier vind je zeker dezelfde “vechtlust” tussen de partijen, maar ze zijn eerder als een “Concerto da camera” dan als een solistenconcert.  Boismortier ontleent aan Rousseau’s definitie wel het idee van een orkestrale inleiding : Zijn concerti beginnen vaak  met een tutti van de vijf fluitpartijen, waardoor de tonaliteit en het thema worden voorgesteld. Een eerste duet volgt, vaak met de pauze van een derde en vierde fluit , waarbij 1 & 2, elkaar voortdurend beantwoordend door een ingewikkeld spel van briljante loopjes. Fluit 5, die in de partituur voorkomt, begeleidt deze solo als een continuo. Alle partijen spelen dan samen in een nieuwe tutti die dan voorafgaat aan een echo-duet-antwoord van fluiten 3 & 4 begeleid door de continuo. De conclusie zet alle hoofdrolspelers weer op het toneel die, wat niet zeldzaam is, unisono eindigen. Het langzame deel wordt meestal toegewezen aan de eerste fluit, terwijl de andere partijen in ripieno spelen. Boismortier keert dan terug naar het hoofdidee van het eerste deel voor de finale. De tonaliteiten zijn perfect aangepast aan de melodische mogelijkheden van de toenmalige fluit – de traverso.
 
We beluisteren het  feestelijke eerste deel van het derde concerto (in Re-groot).  Voor U speelt de gerenommeerde Traverso-speler Stephen Schultz.   Hij maakte een hele cd met alle 6 de concerti waarbij hij zelf alle partijen voor zijn rekening neemt – een echt huzarenstukje).
 
 
Wie zin gekregen heeft om deze concerti verder te verkennen raad ik volgende opname aan.  Om alles volledig te beluisteren moet je wel een klein uurtje uittrekken.  Wanneer je luistertijd wat beperkter is, kan je de afzonderlijke concerti ook onderaan via de tijdscodes selecteren (je moet ze dan wel in Youtube zelf openen!)  
 
 

Hier kan je een reactie geven:

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

You cannot copy content of this page